( Een gedichtje uit ongeveer 1900. Dit is niet kompleet want volgens oma moet je een kop als een masjienketel hebben om dat allemaal te onthouden.)
De stormen beuken aan het
zeeuwse strand
de stormwind buldert aan
en smakt woesdijen op een bank
God help ons wij vergaan
Zo klinkt der schepelingen zucht
verdoofd door het woedend stormgerucht
wie snelt ter redding aan
Met angst bestuurt met ijzeren vuist door storm en branding voort
De ranke boot van Narebout met wakker volk aan boord
???
???
....
....
???
Frans snelt opnieuw ter redding aan en vreest gevaar nog dood
...
...
???
???
(Wie kent dit gedicht helemaal? Stuur me een email.)