|
|
|
|
Als iemand met zijn
buurman het bos in gaat om hout te hakken en het blad van de bijl schiet
van de steel en doodt de buurman, kan hij naar één van de vrijsteden
vluchten. Hij zal daar veilig zijn voor eventuele wrekers van de dode.
|
Deuteronomium 19:5
|
|
Toen Abimélech dit hoorde,
leidde hij zijn troepen naar de berg Zalmon, begon daar met een bijl
boomtakken af te kappen en legde de takkenbos op zijn schouder. "Jullie
hebben gezien wat ik deed", zei hij tegen zijn mannen. "Doe nu
vlug hetzelfde."
|
Richtere 9:47
|
|
Hij maakte de inwoners
van de stad tot slaven en zette hen met zagen, houwelen en bijlen aan het
werk in een grote steenbakkerij.
|
2 Samuël 12:31
|
|
De stenen die voor de bouw
van de tempel werden gebruikt, waren in de steengroeve pasklaar gemaakt. De
hele bouw werd uitgevoerd zonder dat ook maar ergens het geluid van een
hamer, bijl of ander gereedschap werd vernomen op het bouwterrein.
|
1 Koningen 6:7
|
Maar terwijl één van
hen uithaalde voor een flinke slag, vloog het blad van de bijl van de
steel en viel in de rivier. "Och heer", schreeuwde hij, "wat
nu, ik had die bijl geleend!"
"Waar is hij gevallen?" vroeg Elisa. De jongeman wees de plek
aan, waarna Elisa een stok sneed en die in het water gooide. Zodra de stok
erin lag, kwam het blad van de bijl bovendrijven.
"Pak hem maar", zei Elisa en de jongeman deed dat.
|
2 Koningen 6:5-7
|
|
Het leek wel of er iemand
met een bijl was tekeergegaan.
|
Psalmen 74:5
|
|
Terwijl u aan het werk
bent in een mijn, zullen vallende stenen u verpletteren! Elke slag van uw
bijl kan gevaarlijk zijn!
|
Prediker 10:9
|
|
Een botte bijl vraagt veel
van uw krachten; wees wijs en slijp het blad.
|
Prediker 10:10
|
|
Maar de HERE zegt: "Zal
de bijl er prat op gaan dat hij meer kracht heeft dan de man die hem
hanteert? Is de zaag machtiger dan de man die zaagt? Kan een stok slaan
zonder een hand die hem vasthoudt? Kan een wandelstok uit zichzelf lopen?"
|
Jesaja 10:15
|
|
Hij, de Machtige, zal de
vijand omhakken zoals de bijl van een houthakker de bomen in de bossen van
de Libanon omhakt.
|
Jesaja 10:34
|
|
De smid staat bij het
vuur een bijl te maken. Met volle kracht slaat hij op het metaal. Hij
krijgt honger en dorst, wordt amechtig en zwak.
|
Jesaja 44:12
|
|
Dan pakt de houtbewerker de
bijl en gebruikt hem om een god te maken. Hij meet het blok hout en tekent
de omtrekken van een man op het hout, waarna hij het uithakt. Nu heeft hij
een prachtig beeld, dat echter niet uit zichzelf van zijn plaats kan komen.
|
Jesaja 44:13
|
|
De bijl van Gods oordeel
ligt trouwens al onder de bomen. Elke boom die geen goede vruchten draagt,
wordt omgehakt en verbrand.
|
Mattheüs 3:10
|
|
|
|